De darmen, lever, nieren en longen zijn uitscheidingsorganen en zijn van belang voor het uitscheiden van afvalstoffen, het opnemen van voedingsstoffen, het aanmaken van bloed en het afweren van ongewenste indringers.
De darmen
De darmen bestaan uit de dunne darm, dikke darm en blinde darm. De dunne darm is van belang voor de vertering en opname van voedingsstoffen. In de dikke darm worden overgebleven voedingsstoffen verder opgenomen en wordt de voedselbrij ingedikt doordat water wordt opgenomen. In de dikke darm leven diverse darmbacteriën die samen het microbioom vormen en belangrijk zijn voor een goede spijsvertering en gezondheid.
De blinde darm is bij een paard sterk ontwikkeld en bevat belangrijke bacteriën en veel lymfoïd weefsel waarin afweercellen aanwezig zijn. In de blinde darm vindt fermentatie van de voedselbrij plaats.
De darmen spelen ook een grote rol in het trainen en reguleren van het immuunsysteem. Het microbioom en de lymfoïde structuren spelen hierbij een belangrijke rol.
De darmen zijn opgebouwd uit villi, oftewel darmvlokken, die uitstulpingen vormen. Hierdoor wordt het darmoppervlak vergroot en kunnen meer stoffen worden opgenomen. De villi bestaan uit verschillende darmwandcellen met elk hun eigen functie.
Deze darmwandcellen liggen bij een gezond paard strak tegen elkaar aan en hebben speciale kanalen waardoor selectief voedingsstoffen doorgelaten worden. Dit gaat nog wel eens mis, waardoor gezondheidsproblemen ontstaan. De darmwandcellen kunnen beschadigd raken, waardoor ruimte tussen de darmwandcellen ontstaat. Dit noemen we leaky gut (lekkende darm).
De darmwandcellen kunnen onder andere beschadigd raken door voeding (vooral gluten, suikers en zetmeel), medicatie, stress, disbalans in de darmflora en disbalans in andere organen.
Daardoor raken de verbindingen tussen de darmwandcellen beschadigd, en raken de darmwandcellen ontstoken. Ongewenste stoffen zoals bepaalde voedingscomponenten, bacteriën of virussen kunnen zo in het weefsel en uiteindelijk in de bloedbaan terechtkomen, waardoor het immuunsysteem continu wordt getriggerd.
Doordat het immuunsysteem continu getriggerd word, kunnen allergische reacties ontstaan, of kan het lichaam onderdelen van zichzelf aanvallen, wat kan bijdragen aan auto-immuunziekten.
Het constant activeren van het immuunsysteem kan daarnaast de afweer verzwakken, waardoor de kans op infecties toeneemt, omdat het lichaam minder goed in staat is om bacteriën en virussen goed af te weren.

De lever
De lever zorgt voor de vorming van gal. Gal is nodig voor de vetstofwisseling in de dunne darm. Daarnaast speelt de lever een rol in de koolhydraad stofwisseling.
Het zorgt er voor dat glucose omgezet word als glycogeen en als energiebron opgeslagen wordt.
De lever is ook belangrijk voor de eiwitstofwisseling. Het zorgt voor de afbraak en opbouw van aminozuren. Aminozuren zijn bouwstoffen voor de eiwitten.
Ook is de lever van belang voor de hormoonhuishouding. De lever zorgt voor de afgifte van samatomedine. Dit is een belangrijk hormoon dat zorgt voor de toename van celdeling en dus de groei.
De lever zorgt ook voor de afbraak en activering van een aantal hormonen. Afbraak is nodig omdat hormonen niet continu signalen moeten afgeven aan organen. Het is ook nodig om hormonen te activeren, zoals het schildklierhormoon.
De lever is ook voor een deel verantwoordelijk voor het vormen van antilichamen.
De lever is een opslagplek voor vet, vitaminen, mineralen en aminozuren.
De lever zorgt ook voor de vorming van bloedeiwitten die zorgen voor bloedstolling, en voor de afbraak van bloedcellen en de afvoer daarvan.
Een belangrijke taak van de lever is het ontgiften en reinigen van het lichaam door omzetting van stoffen zodat die uitgescheiden kunnen worden via urine en ontlasting.
De lever is opgebouwd uit 3 lobben. Elk lob bevat allerlei levereilandjes. Deze eilandjes bestaan uit kanalen van levercellen met centraal een afvoerkanaal en aan de punten aanvoerende aders en slagaders, en het afvoerende galbuisje. Dat afvoerende galbuisje zorgt er voor dat gal naar de dunnen darm afgevoerd wordt waar het ingezet word voor de vertering van vet. Een paard heeft geen galblaas waardoor gal niet opgeslagen word, maar 24 uur per dag de dunne darm in stroomt. Een paard kan dus geen grote hoeveelheden vet in een keer verteren.
De nieren
De nieren reguleren de waterhuishouding. De nierverzamelbuisjes zorgen er voor dat er meer of minder water in de urine komt, ruguleren de pH-waarde en scheiden schadelijke stoffen uit. Voor een gezond lichaam is de juiste pH-waarde nodig, anders verzuurt het lichaam.
De nieren maken ook het hormoon renine aan wat de bloeddruk regelt.
Ook zorgen de nieren voor activering van vitamine D. De nieren helpen daarom bij de vorming van sterke botten.
Daarnaast zorgen de nieren voor de aanmaak van rode bloedcellen, doordat het hormoon erytopoëtine afgegeven wordt.
De nieren bestaan uit de schors en een merg, en zijn opgedeeld in nefronen. De nefronen lopen door een deel merg en een deel schors. In het merg lopen de bloedvaten en urineverzamelbuisjes, en in het schors liggen de glomeruli. De glomeruli werken als filter die allerlei stoffen uit het bloed filteren en afvoeren via de urine.
De longen
Een paard heeft 2 longen die zijn opgedeeld in kwabben. Elk kwab heeft 1 hoofdbronchie die zich steeds verder vertakt tot bronchioli, met uiteindelijk de longblaasjes aan het uiteinde. In deze longblaasjes vind de aanvoer van zuurstof en de afvoer van koolstofdioxide plaats. De longen en de luchtwegen bevatten ook cellen die zorgen voor een slijmlaagje waar ongewenste bacteriën en virussen in gevangen kunnen worden, zodat ze het lichaam niet binnen kunnen dringen. De gevangen bacteriën en virussen komen met het slijm via de neus naar buiten of gaan via de keel naar de maag waar het maagzuur ze onschadelijk maakt. In de longen zijn ook cellen van het immuunsysteem aanwezig die er voor zorgen dat ongewenste indringers snel opgeruimd worden.
Geef een reactie